vrijdag 26 november 2010

Glitter & Glamour met Zilver & Goud

decoratieve-verftechnieken-glaasjes-metallicverf-kwast2

Als er één periode is waarin je je buiten kunt gaan aan glitter & glamour dan is het wel de decembermaand. Onder het mom van ‘Ach, het is bijna Kerst’ kun je ongestraft glimmertjes en glans toevoegen aan je interieur. Bijvoorbeeld met metallic verf of met bladgoud of - zilver. En het is maar voor even, dus het mag ietsje meer zijn toch? En het hoeft echt niet direct kitscherig te worden. ‘t Is maar net hoe je het combineert. Goud én zilver kan een beetje ‘too much’ zijn. Ik vind het zelf heel mooi om tijdens de feestdagen voor een van beiden te kiezen. En voor mij is dat de laatste jaren meestal zilver. Zilver gecombineerd met wit vind ik zo mooi, etherisch en bijna sprookjesachtig. Zilver met zwart of grijs is stijlvol en een beetje chic.

decoratieve-verftechnieken-glaasjes-metallicverf-bovenaf
Hierboven zie je de mooie metallic kleuren Parelmoer, Tin en Zilver (vlnr)

Goud vind ik leuk om in verschillende tinten te gebruiken, van licht tot antiekgoud, koperachtig of brons. En bij zowel zilver als goud is de combinatie met glas of kristal altijd prachtig.     

decoratieve-verftechnieken-glaasjes-goud-verf

Hierboven de metallic kleuren Glansgoud, Antiekgoud en Bleekgoud (vlnr)

decoratieve-verftechnieken-glaasje-goud-verf

Het houten bloemornamentje is geschilderd met als basiskleur Antiekgoud en daaroverheen Glansgoud. Dat geeft net wat meer diepte aan de kleur. Het is sowieso belangrijk dat je voor goudverf een goede basiskleur neemt. Traditioneel gezien is dat een warme oxydrode kleur. Vroeger werd hiervoor rode bolus gebruikt. Die basiskleur zorgt ervoor dat de goudkleur beter tot zijn recht komt, warmer oogt en dieper glanst. Voor zilver gebruik je bij voorkeur een zwarte of donkerblauwe ondergrond.

Als je een beetje een oude look wilt geven aan zilver, zorg je ervoor dat die donkere basiskleur er hier en daar doorheen komt. Dat kan heel mooi door bladzilver te gebruiken. Als de stukjes bladzilver elkaar net niet helemaal overlappen krijg je mooie donkere slijtplekjes. Ook kun je bladzilver of zilverkleurige verf naderhand met een beetje verdunde zwarte verf of glaceerverf patineren.

decoratieve-verftechnieken-lijstjes2Hier zie je bij het onderste verzilverde lijstje goed de donkere plekjes, die zorgen voor een mooi verweerd effect (klik voor een vergroting). Het lijstje erboven is behandeld met krijtverf in de kleur Concrete als basis en daarna gecraqueleerd door craquelé medium aan te brengen en af te werken met metallic verf in de kleur Tin. Een dergelijk craquelé effect is natuurlijk ook heel mooi met een warmrode basiskleur en daaroverheen metallic verf in een van de goudtinten. Of een zwarte of donkerblauwe basis en dan met zilververf afwerken. Wat je maar mooi vindt. Hou er wel rekening mee dat je alleen metallic verf op waterbasis kunt gebruiken over een craquelé medium.  

decoratieve-verftechnieken-armeluis-glaasjes-lijstHier rechtsboven nog eens het verzilverde lijstje. Op de voorgrond twee glaasjes die ik met de armeluis-zilvertechniek heb behandeld. (Mocht je dat ook eens willen proberen kijk dan even in de webhop. je krijgt het e-book met uitleg gratis bij een setje bladzilver en verguldlijm.) Het vaasje is geverfd met krijtverf in de kleur Soft Grey en daarna afgewerkt met metallic verf in de kleur Parelmoer. De parelmoer verf kun je over alle kleuren heen gebruiken voor extra effect.

decoratieve-verftechnieken-glaasjes-metallicverf Zo zie je maar; een klein likje verf, groots effect. Proost!

zaterdag 20 november 2010

Traditionele verfbereiding in verfmolen de Kat

decoratieve-verftechnieken_verfm

Vorige week zondag zijn we een dagje naar verfmolen de Kat in Zaandam geweest voor een workshop Traditionele verfbereiding. Ik wilde daar altijd al eens heen omdat wij hier ook onze pigmenten vandaan halen. Zelf verf maken had ik al regelmatig gedaan. Ei tempera, olieverf, caseïneverf en olie-glaceerverf heb ik vroeger leren maken, maar om ook eens zelf pastelkrijt en aquarelverf te maken, dat leek me wel heel leuk.

Op het onzalige tijdstip van half tien zondagochtend werden wij verwacht in de verfmolen. Nou is half tien op zich niet zo onzalig, maar wel als je dan om kwart over zes je bed uit moet omdat je twee uur onderweg bent. Maar goed, om half tien reden wij door de Zaanse Schans, tussen de molens en de Japanners. Tjonge jonge, volgens mij moeten de straten in Japan uitgestorven zijn geweest, want hun inwoners liepen allemaal om half tien in de ochtend in de Zaanstreek. Er was geen doorkomen aan. Maar goed, na wat behendig bochtenwerk stormden we al met al slechts vijf minuutjes te laat hijgend de molen in.

Als er een foto in het woordenboek zou moeten worden geplaatst bij het woord ‘pittoresk’ dan zou de heer van Dale beslist met zijn fototoestel de verfmolen moeten bezoeken. Schilderachtig tot en met de molenaar aan toe (boerenkiel, pet, pijp in de mond). Pikant detail; overal in de molen STRENG verboden te roken (ik vermoed dat de pijp gewoon een rekwisiet is om de toeristen te charmeren). 
 decoratieve-verftechnieken-molenaar Molenaar Piet

Na een bakje koffie gingen we aan de slag, onder leiding van docent Pieter Keune. Op het programma stond het maken van olieverf, pastelkrijt, ei tempera, plakkaatverf en aquarelverf. Dit alles speelde zich af in de zogenaamde Zaankamer; de opslagplaats van verfstoffen en bindmiddelen. Voor mij dus een soort Garden of Eden gevuld met pigmenten, en planken vol oude flessen en potten met producten die al eeuwenlang gebruikt worden om verf te maken.

decoratieve-verftechnieken_potten_pigment decoratieve-verftechnieken_pigmenten_overzicht decoratieve-verftechnieken_verfgerei decoratieve-verftechnieken_verfkast

We begonnen met het maken van ei tempera, iets wat ik al eens eerder had gemaakt. Maar het blijft leuk om een ei eens voor iets heel anders te gebruiken dan een omeletje. Hebben jullie zin in een stukje kunstgeschiedenis gelardeerd met scheikunde,  of zeg je ‘mwaa... gaaaaaaap’? 

Niks mee te maken, ik ga het toch doen. Pak pen en papier want ik ga je overhoren. En hou je vast want het wordt een enorm lang verhaal…

Nee geintje, ik zal het kort houden; het woord tempera komt van het Latijnse woord temperare. Dat betekent ‘mengen’. En dan gaat het om het mengen van vloeistoffen die eigenlijk niet graag met elkaar gemengd willen worden; zoals olie en water. Een olie met water mengsel is een ‘emulsie’ en dat is een goed bindmiddel voor pigment. Maar lastig om te maken. En dat is nou het leuke van een ei; een eidooier is eigenlijk een natuurlijke emulsie. En een hele goeie ook nog, want het tast de pigmenten niet aan, is na droging niet meer oplosbaar en vormt een ijzersterke verflaag. Ei tempera wordt van oudsher heel veel gebruikt voor iconen. De verf droogt heel snel (onder invloed van licht) en wordt in dunne laagjes opgebracht. Door het ontbreken van olie krijgt het oppervlak een fluweelachtig uiterlijk. 

Nou ja dat was wel weer genoeg theorie dacht ik zo. Hoewel onze docent daar blijkbaar niet zo over dacht, want die heeft het grootste deel van de dag een college op universitair niveau gehouden. Hé wil je iets weten over het effect van lecithine op een emulsie? De verschillen tussen rauwe en gekookte lijnolie en standolie en de vrije vetzuren hierin? De werking van siccatief? De grootte van de moleculen in Yellow 1 en Yellow 13 pigment? Stuur me gerust een mailtje :)

Maar zonder gekheid, ik vond dat allemaal best interessant, hoewel het maken van de verf toch mijn voorkeur had. En ook dat mochten we gelukkig doen.

decoratieve-verftechnieken_pigment_wrijven_closeHier ben ik bezig met het mengen van pigment met druppeltjes water uit een pipetje, om het zo te kunnen vormen tot een pasta. Deze pigmentpasta wordt vervolgens gebruikt om de verf te kleuren.

decoratieve-verftechnieken_olieverf_bereiding

En hierboven zie je een geel mengsel, eigenlijk een soort mayonaise, van eigeel en olie. Dit is de basis van een water oplosbare olieverf. En zie je die oester? Dat was niet een deel van onze lunch (die bestond uit broodjes) maar ons verfbakje. Heel historisch verantwoord, want de oude schilders gebruikten oesterschelpen vaak als verfbakje. Dat zorgt overigens wel weer voor een hoop dubbelzinnig gegiechel als je op een gegeven moment roept dat je je oester gaat schoonmaken :)

Enfin, we hebben na de ei tempera ook nog olieverf, aquarelverf en pastelkrijt gemaakt. Die krijtjes waren ook erg leuk om te maken. Je maakt een soort deeg van pigmentpasta en water met Tragantgom. Hiervan maak je een rolletje en dat rolletje laat je drogen tot een mooi krijtje. Nou ja ‘mooi’. In ons geval werden die krijtjes meer een soort gemuteerde regenwurmen, maar dat mocht de pret niet drukken. Ze liggen nu bij ons thuis op een warm plekje te drogen. Over een paar weken kan ik dus met m’n eigengemaakte pastelkrijtjes tekenen. Het moet wel iets worden  in roze, groen en blauw, want meer kleuren hebben wij niet gemaakt. Het zal dus wel een boeket worden.

Zaanse_Schans_verfmolen_De_Kat_-_pigmenttonnen

Hoe dan ook; ondanks de grote hoeveelheid theorie vond ik het heel leuk om dit eens gedaan te hebben. Al was het alleen maar omdat het ook wel verfrissend is om eens kennis te ontvangen in plaats van alleen maar over te dragen. Iets waar ik toch wel veel mee bezig ben.

Mocht je na dit relaas ook zin hebben gekregen in een workshop traditionele verfbereiding, frescotechniek of klassieke olieverfbereiding, of gewoon een bezoekje aan de verfmolen, kijk dan eens op hun website: www.verfmolendekat.com

Fijn weekend!