Nu ik zoveel bezig ben met verfwerk voor mijn boek en alles bezaaid is met kwasten in alle soorten en maten, leek het me wel leuk om jullie even voor te stellen aan mijn voorraad kwasten. Mijn ‘stash’ zogezegd. Waar ik zuinig op ben en waarvan ik sommige al heel lang heb.
Toen ik, zo’n 15 jaar geleden, de schildercursus ‘Oude technieken’ deed, moest ik vanuit die opleiding een set kwasten aanschaffen. Wij hielden ons toen vooral bezig met hout- en marmerimitaties en hiervoor had je allerlei speciaal gereedschap nodig. Toen ik in de tweede of derde les eindelijk mijn pakket kreeg was ik de koning te rijk. Ik was sowieso dol op alles wat met die oude schildertechnieken te maken had; de eigengemaakte glaceermengsels, het schilderlokaal, de geur van olieverf, terpentijn en lijnolie en vooral dus die mooie kwasten.
Ze waren duur en ons werd ingeprent dat we er maar beter heel zuinig op konden zijn. Mijn docent vertelde ons dat een meesterschilder zijn leven lang met dezelfde kwasten deed. Natuurlijk besloot ik direct om dat voorbeeld te volgen. En ik kan zeggen dat ik dat ook heb gedaan. Al die kwasten heb ik tot op de dag van vandaag.
Mijn spalter van toen. Een spalter is een platte kwast waarmee je allerlei soorten verf kan aanbrengen.
De set met stalen houtkammen. Deze houtkammen worden gebruikt bij de houtimitaties en zijn alleen geschikt voor de olie gebaseerde glaceermengsels (anders gaan ze roesten).
Dit is wel geschikt voor verf op waterbasis. Hartvlammers (houtnervers) en houtkammen van rubber. Om een simpele snelle houtimitatie te maken, of een mooi streep-effect in een glaceerlaag.
Mijn slechtkwast. Om kwaststrepen te verzachten.
Daskwasten. Hiermee kan je kleurpartijen in glaceerlagen prachtig en vloeiend in elkaar laten overlopen. Voor marmerimitaties of mooie wolkenluchten. De linker kwast is van echt dassenhaar. De rechter is van varkenshaar.
Dit is een zwaardpenseel. Dit is geloof ik mijn duurste aanschaf geweest. Het is een heel klein penseeltje van eekhoornhaar, dat schuin gesneden in een punt uitloopt. Als het penseel nat is, is de punt haarscherp. Hiermee kun je heel mooi aders en fijne lijntjes in bijvoorbeeld een marmerimitatie zetten.
Inmiddels maak ik nog nauwelijks hout- en marmerimitaties. In de tijd dat ik deze opleiding deed was het erg in de mode om bijvoorbeeld een tafelblad of werkblad van een marmerimitatie te voorzien. Of pilaren, potten, lambriseringen, vloerdelen, etc. Nu is dat niet meer zo gewild. De siennakleuren, zoals ik in het marmer-effect hierboven heb gebruikt, zijn op dit moment ook helemaal niet populair.
Maar toch heb ik mijn daskwasten deze week weer eens gebruikt, voor een leuke zelfbedachte techniek die ik in mijn nieuwe boek ga laten zien (ja dit is een ‘cliffhanger’ haha). En nee: het heeft niets met marmer te maken.
Een emmer met gewone kwasten mag natuurlijk ook niet ontbreken. Evenals penselen van allerlei breedtes en lengtes.
Een gegolfde spalter. Hiermee heb ik ook leuke plannen. Net als met de slijpspalter hieronder.
Mijn klopkwasten, ook wel sleepkwasten genoemd. De Engelsen noemen dit een ‘flogger’. Door met de kwast een snelle, kloppende beweging in een glaceerlaag te maken verzacht je strepen en ontstaat er een fijn generfd patroontje. Door ermee door een glaceerlaag te slepen, krijg je mooi zacht streperig effect. Ook kun je nog recht met de haren naar beneden tamponneren, zodat de haren alle kanten uit gaan staan, waardoor een willekeurig patroon ontstaat. Bijvoorbeeld om een ‘Clair Bois’ (soort hout) te maken.
Ook weer eentje uit de oude doos. Dit is een tamponneerborstel. Te gebruiken om op grote oppervlakken (bijvoorbeeld een muur) kwaststrepen en kleurvlakken in een glaceerlaag te verzachten. Er ontstaan dan kleine puntjes. De Engelsen noemen dit een ‘stippler’ of ‘stipple brush’.
Dit rare apparaat is een ‘tikroller’. Dit zijn losse metalen schijfjes met inkepingen, naast elkaar op een roller. Hiermee kun je een willekeurig onderbroken nerfpatroon maken.
Een messing draadborstel. Die gebruik ik om houtnerven open te borstelen, bijvoorbeeld voordat ik het hout ga bewerken met kalkwas. Of om het gewoon een oude look te geven. Een messingborstel is zachter dan een staalborstel en heeft gekrulde draden.
Sponzen zijn op allerlei manieren te gebruiken. Het zogenaamde ‘op- en afsponzen’ uit de jaren ‘90 is niet meer hip, maar de spons komt nog steeds heel goed van pas bij allerlei effecten. Bijvoorbeeld bij de betonlook of mijn armeluisziver imitatie.
Trouwens, even tussendoor. In de tijd dat het sponzen wél hip was, werd het vaak op een gruwelijk lelijke manier toegepast. Iedereen sponsde gewoon rechtstreeks de onverdunde verf op een muur, wat een ontzettend druk en hysterisch pastroon tot gevolg had. Zie hieronder:
Aaaarg! Is dat niet tenenkrommend lelijk? Niet doen hoor!
Eigenlijk hoor je te sponzen in een glaceerlaag met een natte spons (afsponzen) of je brengt verf aan met een in glaceerverf gedepte spons (opsponzen). Gebruik tinten die dicht bij elkaar liggen. Dan krijg je een subtiel effect dat in niets lijkt op die psychedelische sponstechniek.
Dit is al veel beter. Ton sur ton, mooi subtiel.
Mijn veelgebruikte spalters in allerlei maten. Met de spalters breng ik glaceerlagen aan, maar ook krijtverf op meubels. Ze zijn niet duur, dus het is altijd handig om hier een voorraadje van in huis te hebben. Ik heb er een heel aantal, omdat ik de kwasten tussendoor steeds moet wassen en ik bij sommige technieken absoluut geen natte kwast kan gebruiken (bv werken in glaceerlagen). En zoals gezegd; als je er zuinig op bent dan gaan ze best lang mee.
Tot slot nog deze brave jongen. Een stoffer. Bijvoorbeeld om schuurstof af te vegen. Maar eerlijk gezegd ben ik meestal te laks om hem hiervoor te pakken. Ik blaas stof weg en veeg het met een stuk keukenpapier af. Alleen voor heel delicaat werk gebruik ik een stoffer en zelfs een stukje kleefdoek (een soort kleverig doekje waarmee je ieder spoortje stof weg krijgt).
Ik hoop dat jullie het leuk vonden om even kennis te maken :)